Begrippen

Onze begrippen

Aanbesteding

Het aanvragen van de prijzen bij verschillende bouwers, waarbij vooraf aangegeven is wat er gebouwd wordt (tekeningen en tekstueel document) en er gebruikelijk op basis van laagste prijs gekozen wordt voor de bouwer (de gunning).

Aanneemsom

Het bedrag waarvoor de bouwer de opdracht aanneemt.

Aannemer

Het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van een bouwproject of een deel daarvan. De aannemer organiseert de werkzaamheden en stuurt medewerkers en onderaannemers aan.

Aansluiting (dakrand)

De overgang tussen het dakvlak en de dakrand. Deze plek moet zorgvuldig worden afgewerkt om lekkage en loswaaien van de dakbedekking te voorkomen.

Aansluitprofiel

Een profiel waarmee dakbedekking netjes en waterdicht wordt aangesloten op bijvoorbeeld een gevel, dakrand, kozijn of ander bouwdeel.

Afschot

Een lichte helling in een plat dak waardoor regenwater naar de dakafvoer stroomt en zo min mogelijk water op het dak blijft staan.

Afschotisolatie

Isolatieplaten met verschillende diktes waarmee tegelijk wordt geïsoleerd en een helling naar de dakafvoer wordt gemaakt.

Aftimmering

De zichtbare afwerking van een dakconstructie met bijvoorbeeld hout, plaatmateriaal of kunststof. Denk aan de binnenzijde van een dak, een dakrand of een overstek.

Ankerpunt (valbeveiliging)

Een stevig bevestigingspunt waaraan iemand zich met een veiligheidsharnas en lijn kan vastmaken om veilig op het dak te werken.

APP-bitumen

Bitumineuze dakbedekking waaraan APP-kunststof is toegevoegd. Hierdoor is het materiaal goed bestand tegen warmte en uv-straling en geschikt voor veel platte daken.

Asbest

Een verzamelnaam voor vezelachtige mineralen die vroeger veel in bouwmaterialen zijn verwerkt. Beschadiging of verwijdering kan schadelijke vezels vrijmaken en moet daarom volgens strenge regels gebeuren.

Attest / KOMO-attest

Een kwaliteitsverklaring waarin staat welke prestaties een bouwproduct of bouwsysteem in een bepaalde toepassing levert, mits het volgens de voorschriften wordt verwerkt.

Ballastlaag

Een laag grind, tegels of ander gewicht op de dakbedekking. De laag helpt de dakbedekking op zijn plaats te houden en kan deze beschermen tegen zonlicht en beschadiging.

Bevestigingssysteem (mechanisch)

Een systeem waarbij dakbedekking of isolatie met schroeven, drukverdeelplaten of andere bevestigers aan de dakconstructie wordt vastgezet.

Bitumen

Een waterdicht en hechtend materiaal op basis van aardolie. Het wordt veel gebruikt als grondstof voor dakbanen op platte en licht hellende daken.

Bitumineuze dakbedekking

Dakbedekking in banen die is opgebouwd uit bitumen en een dragende wapening. De banen worden meestal gebrand, gekleefd of mechanisch bevestigd.

Bliksembeveiliging

Een systeem dat bliksemstromen opvangt en veilig naar de aarde afvoert. Hiermee wordt de kans op brand, schade en gevaarlijke spanningen verkleind.

Boeiafwerking (boeiwerking)

De afwerking van de zichtbare zijkant van een dakrand of goot, meestal met een boeiboord of bekledingsplaat. Dit beschermt de constructie en zorgt voor een nette uitstraling.

Borstwering

Een lage opstaande wand langs de rand van een dak, balkon of terras. De borstwering kan onderdeel zijn van de gevel, dakrand of valbeveiliging.

Bouwbegeleider

De persoon die uw begeleid tijdens de bouw. Daarbij wordt vaak een splitsing gemaakt tussen de bouwvoorbereiding (tot en met de prijsvorming) en de begeleiding van de werkelijke bouw.

Branden / aanbranden (bitumen)

Het verwarmen van de onderzijde van een bitumen dakbaan met een brander, zodat het materiaal smelt en zich aan de ondergrond of onderliggende laag hecht.

Brandwerendheid

De tijd waarin een bouwdeel tijdens brand zijn functie behoudt, bijvoorbeeld door vuur en rook tegen te houden of de constructie stabiel te houden.

Coating

Een beschermende laag die op een dakoppervlak of onderdeel wordt aangebracht. Een coating kan bijvoorbeeld beschermen tegen vocht, uv-straling, vuil of slijtage.

Condensatie / condensvorming

Het ontstaan van waterdruppels wanneer warme, vochtige lucht afkoelt. In een dakconstructie kan condens leiden tot schimmel, houtrot of aantasting van isolatie.

Constructiehoogte

De totale verticale dikte van de dakopbouw, bijvoorbeeld van de draagconstructie tot en met isolatie, dakbedekking en eventuele afwerking.

Dakbedekking

De buitenste waterdichte laag van een dak. Deze beschermt het gebouw tegen regen, sneeuw, wind en andere weersinvloeden.

Dakdoorvoer

Een opening door het dak voor bijvoorbeeld een ventilatiekanaal, kabel, rookgasafvoer of leiding. De aansluiting rond de doorvoer moet waterdicht worden afgewerkt.

Dakgoot

Een goot langs of in het dak die regenwater opvangt en naar een regenpijp of hemelwaterafvoer leidt.

Dakgrind

Rond, gewassen grind dat als ballast- en beschermlaag op een plat dak wordt aangebracht

Dakinspectie

Een controle van de dakbedekking, afvoeren, aansluitingen en andere dakonderdelen. Hiermee worden gebreken en risico’s vroegtijdig opgespoord.

Dakisolatie

Isolatiemateriaal in of op het dak dat warmteverlies in de winter en warmte-instraling in de zomer beperkt.

Daklichtkoepel

Een lichtdoorlatende koepel in een plat dak die daglicht naar binnen brengt. Sommige uitvoeringen kunnen ook worden geopend voor ventilatie of toegang.

Dakontluchter

Een dakonderdeel dat vochtige lucht of waterdamp uit een ruimte of dakopbouw naar buiten afvoert.

Dakopstand

Een verhoogd deel rondom een dakrand, lichtkoepel, doorvoer of andere onderbreking. De dakbedekking wordt hiertegen omhooggezet voor een waterdichte aansluiting.

Dakrand

De buitenste begrenzing van het dak. De dakrand wordt zo opgebouwd en afgewerkt dat water, wind en vocht geen schade veroorzaken.

Dakrandafwerking

De beschermende en zichtbare afwerking van de dakrand, bijvoorbeeld met een aluminium daktrim, zink, kunststof of een afdekkap.

Dakterras

Een plat dak dat geschikt is gemaakt voor verblijf. De opbouw moet rekening houden met belasting, waterafvoer, bescherming van de dakbedekking en valveiligheid.

Dampremmende laag

Een laag aan de warme zijde van de isolatie die de doorgang van waterdamp beperkt. Hiermee wordt de kans op condens in de dakconstructie verkleind.

Detaillering

De technische uitwerking van aansluitingen, hoeken, randen, doorvoeren en andere kwetsbare plaatsen in het dak.

Diffusieopen

Een materiaaleigenschap waarbij waterdamp door het materiaal kan bewegen. Hierdoor kan aanwezig bouwvocht gemakkelijker naar buiten drogen.

Drainage

Het gecontroleerd afvoeren van overtollig water via goten, afvoeren of speciale drainagelagen, bijvoorbeeld onder een groendak of dakterras.

Dubbellaags systeem

Een dakbedekkingssysteem met twee lagen dakbanen. De tweede laag verkleint het risico dat een beschadiging of zwakke naad direct tot lekkage leidt.

Enkellaags systeem

Een dakbedekkingssysteem waarbij één laag dakbaan de waterdichte functie verzorgt. De naden en aansluitingen moeten daarom bijzonder zorgvuldig worden uitgevoerd.

EPDM dakbedekking

Een elastische dakbedekking van synthetisch rubber. EPDM wordt vaak in grote membranen aangebracht en is goed bestand tegen uv-straling, ozon en temperatuurverschillen.

Expansievoeg

Een voeg die beweging door temperatuurverschillen, krimp of uitzetting opvangt. Zo wordt voorkomen dat spanning scheuren of vervorming veroorzaakt.

Fixeren (mechanisch/kleven)

Het vastzetten van isolatie of dakbedekking met mechanische bevestigers of lijm, zodat de dakopbouw niet verschuift of door wind wordt opgetild.

Flens

Een vlakke rand of kraag rond een dakdoorvoer, afvoer of ander onderdeel. De dakbedekking wordt hier waterdicht op aangesloten.

Folie (dakfolie)

Een dunne, flexibele laag in de dakopbouw met een specifieke functie, zoals waterkering, dampremming, luchtdichting of tijdelijke bescherming.

Garantie / systeemgarantie

Garantie is de toezegging dat gebreken binnen bepaalde voorwaarden worden hersteld. Bij systeemgarantie geldt dit voor de combinatie van voorgeschreven materialen en verwerking als compleet daksysteem.

Gevelaansluiting

De overgang tussen het dak en een gevel of opgaande wand. Deze aansluiting wordt met dakbedekking, profielen, slabben of kit waterdicht afgewerkt.

Gietasfalt

Een dicht mengsel van bitumen en minerale bestanddelen dat warm en vrijwel zonder verdichting wordt aangebracht. Het wordt gebruikt als waterdichte en slijtvaste laag.

Gootconstructie

De complete opbouw van een dakgoot, inclusief draagconstructie, bekleding, naden, uitlopen en aansluitingen.

Groendak

Een dak met begroeiing en een opbouw van onder meer een wortelwerende laag, drainage, substraat en planten. Een groendak houdt tijdelijk regenwater vast en beschermt de dakbedekking.

Hechtlaag

Een tussenlaag die ervoor zorgt dat lijm, coating of dakbedekking beter aan de ondergrond hecht.

Hemelwaterafvoer (HWA)

Het systeem van dakafvoeren, goten en leidingen dat regenwater van het dak afvoert.

Hulpstuk (voor doorvoeren)

Een voorgevormd onderdeel waarmee een dakdoorvoer, hoek of aansluiting sneller en betrouwbaar waterdicht wordt afgewerkt.

Infrarood lekdetectie

Een onderzoeksmethode waarbij een warmtebeeldcamera temperatuurverschillen in het dak zichtbaar maakt. Afwijkingen kunnen wijzen op vocht in de dakopbouw.

Installatiedoorvoer

Een dakdoorvoer voor technische installaties, zoals kabels, leidingen, luchtkanalen of koelleidingen.

Isolatie (dakisolatie)

Materiaal dat de doorgang van warmte door het dak vermindert. Goede dakisolatie verhoogt het comfort en kan het energieverbruik verlagen.

Joint / naad

De overgang of verbinding tussen twee delen van een materiaal. Bij dakbedekking moet deze verbinding duurzaam gesloten en waterdicht zijn.

Keurmerk

Een herkenbaar teken dat aangeeft dat een product, proces of bedrijf volgens vastgestelde eisen is beoordeeld. De betekenis verschilt per keurmerk.

Kielgoot

De gootvormige aansluiting waar twee hellende dakvlakken aan de binnenzijde samenkomen. Hier wordt regenwater naar beneden geleid.

Kimlaag

Een extra strook of laag dakbedekking in de binnenhoek tussen het dakvlak en een opstand. Deze versterkt de kwetsbare overgang en helpt scheurvorming voorkomen.

Kit / afdichtingski

Een blijvend elastisch of plastisch materiaal voor het afdichten van voegen en kleine aansluitingen. Kit is meestal een aanvulling op een bouwkundig waterdicht detail.

KOMO-certificaat

Een kwaliteitsverklaring waaruit blijkt dat een product, proces of dienst volgens een vastgestelde beoordelingsrichtlijn wordt gecontroleerd en aan de beschreven eisen voldoet.

Koudasfalt

Een koud verwerkbaar bitumineus mengsel voor plaatselijke reparaties en afdichtingen. Voor verwerking hoeft het materiaal niet eerst te worden verhit.

Kunststof dakbedekking (PVC/TPO)

Dakbanen van thermoplastische kunststof. De banen worden meestal met hete lucht aan elkaar gelast tot een waterdichte laag.

Lassen

Het door warmte of een andere techniek blijvend met elkaar verbinden van dakbanen. Bij kunststof dakbedekking gebeurt dit meestal met hete lucht.

Lekdetectie

Onderzoek om de plaats en mogelijke oorzaak van een lekkage vast te stellen, bijvoorbeeld met rook, gas, elektrische meting, vochtmeting of infrarood.

Lekkage

Het ongewenst binnendringen of doorlaten van water via de dakbedekking, naden, afvoeren, doorvoeren of aansluitingen.

Lichtkoepel

Een koepelvormig daklicht in een plat dak dat daglicht binnenlaat. Een lichtkoepel kan vast, ventilerend of als daktoegang worden uitgevoerd.

Loodslabbe

Een strook lood die een aansluiting tussen dak en opgaand werk waterdicht afdekt en regenwater over de dakbedekking leidt.

Loodvervanger

Een flexibel alternatief voor lood, vaak gemaakt van kunststof, aluminium of een samengesteld materiaal. Het wordt gebruikt voor waterdichte aansluitingen.

Loodwerk

Alle aansluitingen en afwerkingen die met lood worden gemaakt, bijvoorbeeld rond schoorstenen, gevels, dakkapellen en dakranden.

Luchtdichting

Het afsluiten van kieren en naden om ongecontroleerde luchtstromen door de dakconstructie te voorkomen. Dit beperkt warmteverlies en verkleint de kans op condens.

Mechanische bevestiging

Het vastzetten van dakbedekking of isolatie met schroeven en drukverdeelplaten aan de onderliggende dakconstructie.

Membraan

Een doorlopende, flexibele laag die het dak waterdicht maakt, bijvoorbeeld van EPDM, PVC, TPO of bitumen.

Mineraalafwerking (leislag)

Een afwerking van kleine minerale korrels op bitumen dakbedekking. Deze laag beschermt tegen uv-straling en lichte mechanische beschadiging.

Montageprofiel

Een metalen of kunststof profiel waarmee dakbedekking, gevelbekleding, zonnepanelen of andere onderdelen worden bevestigd en afgewerkt.

Naad / lasnaad

De lijn waar twee dakbanen elkaar overlappen en met elkaar zijn verbonden. Een goede lasnaad vormt één gesloten, waterdichte verbinding.

Naadverbinding (gelast/gelijmd)

De manier waarop twee dakbanen bij de overlap worden samengevoegd, bijvoorbeeld met hete lucht, een brander, lijm of zelfklevende stroken.

NEN-norm

Een Nederlandse norm met afspraken over kwaliteit, veiligheid, prestaties of werkwijzen. Een norm is niet altijd wettelijk verplicht, maar kan via regelgeving of een overeenkomst wel van toepassing zijn.

Onderconstructie

Het dragende deel onder de dakopbouw, bijvoorbeeld van hout, staal of beton. Deze constructie draagt het eigen gewicht en belastingen zoals wind, sneeuw, installaties en gebruik.

Onderhoudscontract

Een overeenkomst voor periodieke inspectie en onderhoud van het dak. Hierin staan bijvoorbeeld de frequentie, werkzaamheden, rapportage en voorwaarden.

Ondervloer

De vlakke en dragende laag waarop de verdere dakopbouw wordt aangebracht. Bij daken wordt hiervoor ook vaak de term dakvloer of ondergrond gebruikt.

Opstand

Een verticaal of schuin omhooglopend deel bij een dakrand, gevel, lichtkoepel of doorvoer. De dakbedekking wordt hiertegen omhooggezet om water buiten te houden.

Overlap

Het gedeelte waar twee dakbanen of platen over elkaar heen liggen. De overlap wordt zo gesloten dat water niet tussen de materialen kan komen.

Panlatten

Horizontale houten latten op een hellend dak waaraan dakpannen worden opgehangen of bevestigd.

PIR-isolatie

Harde isolatieplaten van polyisocyanuraatschuim. PIR heeft een hoge isolatiewaarde bij een relatief beperkte dikte en wordt veel op platte daken gebruikt.

Plat dak

Een dak met een geringe helling. Ook een plat dak heeft afschot nodig om regenwater naar de afvoeren te leiden.

Polyurethaan (PU)

Een kunststof die in de dakbouw onder meer wordt gebruikt in isolatieschuim, lijmen, kitten en coatings.

Prefab dakelement

Een dakonderdeel dat vooraf in een fabriek wordt gemaakt en op de bouwplaats als geheel wordt gemonteerd. Het kan constructie, isolatie en afwerking combineren.

Primer

Een voorbehandelingsmiddel dat de ondergrond geschikt maakt en de hechting van lijm, kit, coating of dakbedekking verbetert.

PU-lijm

Lijm op basis van polyurethaan die wordt gebruikt om bijvoorbeeld isolatieplaten of bepaalde dakmaterialen aan de ondergrond te bevestigen.

PVC dakbedekking

Een lichte, flexibele kunststof dakbaan van polyvinylchloride. De naden worden meestal met hete lucht aan elkaar gelast.

Randafwerking

De verzamelnaam voor de beschermende en zichtbare afwerking langs de buitenrand van het dak.

Regenwaterafvoer

Het geheel van goten, dakafvoeren, noodoverlopen en leidingen dat regenwater veilig van het dak afvoert.

Renovatiedak

Een bestaand dak dat wordt hersteld, verbeterd of opnieuw opgebouwd, bijvoorbeeld met nieuwe isolatie, dakbedekking en afwerking.

Reparatiekit

Een afdichtingsmateriaal voor kleine plaatselijke reparaties aan naden, aansluitingen en details. Het is meestal niet bedoeld als vervanging van een volledige dakreparatie.

RVS

Roestvast staal: een sterke en corrosiebestendige staalsoort die wordt gebruikt voor bevestigers, afvoeren, profielen en andere dakonderdelen.