Waar je zinkwerk tegenkomt aan je huis
Het bekendste voorbeeld is de dakgoot. Bij de meeste woningen hangt die als hanggoot aan beugels onder de dakrand. Bij oudere huizen zie je vaak een mastgoot of een bakgoot. Daarbij ligt het zink in een houten goot die deel uitmaakt van de dakconstructie. Dat maakt zo'n goot stevig, maar ook gevoelig voor houtrot zodra het zink eenmaal lekt. Vanuit de goot loopt het water via de regenpijp, ook wel hemelwaterafvoer genoemd, naar beneden.
Minder opvallend maar net zo belangrijk zijn de kleinere stukken. Een muurafdekker beschermt de bovenkant van een gemetselde muur tegen regenwater dat anders het metselwerk in trekt. Waterslagen en aansluitstroken zorgen ervoor dat water netjes langs een kozijn of dakkapel wordt geleid. De wangen en het dakje van een dakkapel worden regelmatig met zink bekleed. Op hellende daken en gevels zie je zink ook steeds vaker terug als staande naad, een strak systeem van banen die aan de randen in elkaar worden gevouwen.
Bij een plat dak zit zinkwerk vaak op de overgang van het dakvlak naar een opgaande muur of de rand. Juist op die overgangen ontstaan de meeste lekkages.
Waarom juist zink?
Zink wordt al meer dan honderd jaar op daken gebruikt en daar zijn goede redenen voor. De belangrijkste is dat zink zichzelf beschermt. Onder invloed van regen en lucht vormt zich op het oppervlak een dun grijs laagje, de patina. Die laag sluit het metaal af en vertraagt verdere aantasting sterk.
Daarnaast laat zink zich goed bewerken. Het is te zetten, te buigen en te solderen, waardoor een vakman er precies het stuk van maakt dat bij jouw huis past. Wat tegenwoordig wordt gebruikt is overigens geen puur zink maar titaanzink, een legering met een kleine hoeveelheid koper en titanium. Dat maakt het materiaal sterker en vormvaster.
Zink is ook een duurzame keuze. Bij goede verwerking gaat het tientallen jaren mee en na gebruik wordt het vrijwel volledig gerecycled. Daarom heeft oud zink nog altijd een restwaarde.
Houd je niet van het glanzende uiterlijk van nieuw zink, dat pas na een paar jaar dof wordt? Dan is voorgepatineerd zink een optie. Dat heeft vanaf dag één een egale antraciete of blauwgrijze kleur.
Zink en lood, wat is het verschil?
Je hoort vaak de combinatie lood- en zinkwerk en ook het woord loodgieter komt daar vandaan. Vroeger was dat letterlijk de vakman die lood goot en bewerkte voor daken en waterleidingen. Lood en zink worden nog altijd in één adem genoemd, maar ze hebben elk een eigen taak.
Zink is stevig genoeg voor goten, pijpen en afdekkers die hun vorm moeten houden. Lood is juist heel zacht en laat zich met de hand in bijna elke vorm kloppen. Daarom wordt het gebruikt op plekken met veel hoeken en rondingen, zoals de aansluiting van een schoorsteen of dakkapel op de dakpannen.
Omdat lood belastend is voor het milieu, kiezen steeds meer mensen bij die aansluitingen voor een loodvervanger. Die is lichter en vormt zich ook goed naar de pannen. Bij dakrenovatie van oudere panden blijft lood vaak wel de eerste keuze.
Waarom zinkwerk echt vakwerk is
Zinkwerk lijkt eenvoudig, maar het gaat vaak mis in de details. Een van de belangrijkste is dat zink beweegt. Het zet uit bij warmte en krimpt bij kou, en bij een lange goot gaat dat tussen zomer en winter al snel om ruim een centimeter. Wordt de goot vastgezet zonder ruimte voor die beweging, dan ontstaan er na verloop van tijd scheurtjes bij de naden. Een vakman verwerkt daarom expansiestukken en houdt bij het bevestigen rekening met die werking.
Ook de onderkant van het zink telt mee. Bij zink op een dak, dakkapel of gevel moet er lucht onder het materiaal kunnen. Zonder die ventilatie vormt zich condens aan de achterkant, die het zink van binnenuit aantast terwijl je aan de buitenkant niets ziet.
Tot slot doet het materiaal eromheen ertoe. Zink verdraagt zich slecht met koper, dus water dat eerst over koper stroomt hoort niet in een zinken goot terecht te komen. Iets vergelijkbaars geldt voor water van een bitumen dak zonder beschermende toplaag. Dat water is licht zuur en kan de patina aantasten, waardoor een zinken goot eronder sneller slijt. Bij platte daken is dat een punt om mee te nemen in de keuze tussen kunststof of bitumen, zeker wanneer de dakbedekking toch al vervangen wordt.
Wanneer je zinkwerk aandacht nodig heeft
Goed aangebracht zinkwerk gaat lang mee, maar onderhoudsvrij is het niet. Bladeren en mos houden water vast in de goot. Dat staande water is op den duur slechter voor het zink dan regen die gewoon wegloopt. Eén keer per jaar de goten schoonmaken, het liefst na de herfst, scheelt daarom al veel.
Zie je druppels langs de naden, strepen op de gevel onder de goot of een goot die doorhangt? Dan is het tijd om er iemand naar te laten kijken. Op onze pagina over lekkage aan de dakgoot lees je wat de oorzaken kunnen zijn en hoe wij dat aanpakken. Na een flinke storm loont het ook om vanaf de grond even te kijken of goten en afdekkers nog goed vastzitten. Is er schade, dan helpen we je verder bij stormschade.
Twijfel je of het zinkwerk aan jouw huis nog in orde is? Vraag een vrijblijvende inspectie aan. Vanuit Hengelo werken we in heel Twente en bekijken we goten, afdekkers en aansluitingen meteen in samenhang met je dak.




